
Hoe kan een klein volk als de Marrons uit Suriname overleven in een wereld van snel groeiende globalisering? Dat is de centrale vraag die aan bod komt op de expositie 'Kunst van overleven', vanaf vrijdag te zien in het Tropenmuseum in Amsterdam.
De Marrons, vroeger bosnegers genoemd, zijn afstammelingen van Afrikanen die in Suriname vanaf de 18e eeuw in de slavernij belandden en zich daar vervolgens uit wisten te bevrijden. Ze vestigden zich in het oerwoud, waar vandaag de dag nog altijd een derde van de in totaal ongeveer 120.000 Marrons leeft. De rest is vertrokken naar de hoofdstad Paramaribo, buurland Frans-Guyana en Nederland. Volgens conservator Alex van Stipriaan groeit de gemeenschap nog steeds en is het inmiddels de derde bevolkingsgroep van het Zuid-Amerikaanse land. Het is volgens hem ,,volstrekt uniek'' dat in Suriname nog een zelfstandig volk, dat is voortgekomen uit de slavernij, met een eigen cultuur en grondgebied leeft.
De tentoonstelling laat de bezoekers aan de hand van ongeveer zevenhonderd voorwerpen en bijna dertig filmpjes kennismaken met de cultuur. Het is voor het eerst dat deze collectie voor het Nederlandse publiek is te zien. De expositie bestaat uit verschillende thema's, zoals religie, muziek, man-vrouw verhoudingen en rijkdom. Volgens Stipriaan zijn de Marrons altijd een heel dynamisch volk geweest. Ze kregen echter ook flink wat tegenslagen. Door de aanleg van het Brokopondo-stuwmeer moesten 5000 tot 6000 mensen verhuizen. Ook oorlogen en natuurrampen hebben de geschiedenis van de bevolkingsgroep getekend.
Rijk
Bijzonder is dat de binnenlanden rijk zijn aan grondstoffen. ,,Ze wonen letterlijk op goud'', aldus de conservator. ,,Hun grondgebied is daardoor heel belangrijk.'' Naast goud is in de woonomgeving onder meer hardhout, rubber een aardolie te vinden. De exploitatie brengt het volk echter veel schade toe. Zo leidt de goudwinning met kwik tot vergiftiging van het water.
De expositie, die tot en met 9 mei 2010 is te zien, is een initiatief van beeldend kunstenaar en tentoonstellingmaker Felix de Rooy. Hij gaf hiermee samen met Van Stipriaan gehoor aan een soort noodkreet van de Marrongezagsdragers. Die gaven aan dat er iets moest veranderen om ervoor te zorgen dat de cultuur niet zou verdwijnen. Naast de expositie zet het Tropenmuseum in het Surinaamse binnenland twee cultuurhuizen op waar Marronerfgoed kan worden getoond en bewaard.
De Marrons, vroeger bosnegers genoemd, zijn afstammelingen van Afrikanen die in Suriname vanaf de 18e eeuw in de slavernij belandden en zich daar vervolgens uit wisten te bevrijden. Ze vestigden zich in het oerwoud, waar vandaag de dag nog altijd een derde van de in totaal ongeveer 120.000 Marrons leeft. De rest is vertrokken naar de hoofdstad Paramaribo, buurland Frans-Guyana en Nederland. Volgens conservator Alex van Stipriaan groeit de gemeenschap nog steeds en is het inmiddels de derde bevolkingsgroep van het Zuid-Amerikaanse land. Het is volgens hem ,,volstrekt uniek'' dat in Suriname nog een zelfstandig volk, dat is voortgekomen uit de slavernij, met een eigen cultuur en grondgebied leeft.
De tentoonstelling laat de bezoekers aan de hand van ongeveer zevenhonderd voorwerpen en bijna dertig filmpjes kennismaken met de cultuur. Het is voor het eerst dat deze collectie voor het Nederlandse publiek is te zien. De expositie bestaat uit verschillende thema's, zoals religie, muziek, man-vrouw verhoudingen en rijkdom. Volgens Stipriaan zijn de Marrons altijd een heel dynamisch volk geweest. Ze kregen echter ook flink wat tegenslagen. Door de aanleg van het Brokopondo-stuwmeer moesten 5000 tot 6000 mensen verhuizen. Ook oorlogen en natuurrampen hebben de geschiedenis van de bevolkingsgroep getekend.
Rijk
Bijzonder is dat de binnenlanden rijk zijn aan grondstoffen. ,,Ze wonen letterlijk op goud'', aldus de conservator. ,,Hun grondgebied is daardoor heel belangrijk.'' Naast goud is in de woonomgeving onder meer hardhout, rubber een aardolie te vinden. De exploitatie brengt het volk echter veel schade toe. Zo leidt de goudwinning met kwik tot vergiftiging van het water.
De expositie, die tot en met 9 mei 2010 is te zien, is een initiatief van beeldend kunstenaar en tentoonstellingmaker Felix de Rooy. Hij gaf hiermee samen met Van Stipriaan gehoor aan een soort noodkreet van de Marrongezagsdragers. Die gaven aan dat er iets moest veranderen om ervoor te zorgen dat de cultuur niet zou verdwijnen. Naast de expositie zet het Tropenmuseum in het Surinaamse binnenland twee cultuurhuizen op waar Marronerfgoed kan worden getoond en bewaard.
Website : Tropenmuseum
Bron/Source : Leeuwarder Courant