13-07-09

Recyclage van het religieus erfgoed



Wat moet er gebeuren met kerken en kloosters die in onbruik raken? Een strategie of richtlijnen zijn er niet, maar een 'voorbeeldenboek' wijst de weg. Waar vroeger een altaar stond, vinden we nu een brasserie, winkel of fietsstalling.

Het religieus erfgoed in Vlaanderen is rijk en indrukwekkend. Het telt meer dan duizend beschermde kerken, dat is liefst tien procent van het aantal monumenten in Vlaanderen. Voorts gelden 593 kapellen en 116 kloosters als bijzonder waardevol.
Nu het kerkbezoek afneemt en de kloosters leeglopen, wordt de vraag naar een toekomstperspectief steeds dwingender. De hoge kosten voor onderhoud en restauratie - voor de kerken jaarlijks 28,1 miljoen euro - maken van het religieus patrimonium bovendien een maatschappelijk vraagstuk.
Op initiatief van het agentschap R-O Vlaanderen, voorheen de afdeling Monumenten en Landschappen, verscheen zopas het voorbeeldenboek In ander licht. Er staan 28 praktijkvoorbeelden in van beschermde kapellen of kloosters die een opmerkelijke bestemming kregen. Kerken zijn er nauwelijks bij. De Sint-Niklaaskerk in Ieper werd in 1998 tot onderwijsmuseum omgebouwd. Een bijzonder geval is de voormalige dertiende-eeuwse dorpskerk van Ulbeek, een beschermde ruïne. Het gemeentebestuur van Wellen wil er een sobere begraafplaats in onderbrengen. Daarmee wordt aangeknoopt bij een lange West-Europese kerktraditie.
Dat kerken een nieuwe functie krijgen en de bijhorende parochie wordt afgeschaft, is eerder zeldzaam. Dat ligt vooral aan de eigendomsstructuur. Parochiekerken zijn gemeentelijk bezit en worden beheerd door een kerkfabriek. Ze ontwijden ligt delicaat en vergt een overlegprocedure. Bij de praktijkvoorbeelden vind je een aantal verregaande architecturale ingrepen. Zo verbouwt het bureau A2O binnenkort het van de sloop geredde Clarissenklooster in Hasselt tot rusthuis met serviceflats. De sobere stijl van de Arme Klaren blijft bewaard. De kapel wordt de ontmoetingsruimte, met drie volumes die via loopbruggen verbonden zijn.
Bescherming als monument hoeft niet te betekenen dat je patrimonium onder een glazen stolp plaatst, zegt de erfgoedconsulente Veerle De Houwer. 'Een algemene lijn is er niet. Maar bij de aanbevelingen voor opdrachtgevers hanteert monumentenzorg wel enkele principes.''
De architecturale kwaliteit is essentieel. Onbespreekbaar bijvoorbeeld is het opdelen van een kapel in appartementen, met veluxramen in het dak. Een waardevolle wand met glasraam in twee snijden, zoals het nieuwe Pandhofhotel in Mechelen doet, is moeilijk denkbaar bij een beschermd monument.''
De monumentaliteit van de kerkruimte moet je nog in haar geheel kunnen ervaren. Ook de omkeerbaarheid van de ingreep is belangrijk. Zo werd voor het museum 1302 in Kortrijk een moderne staalstructuur in een 16de-eeuwse kapel ingebracht. Ze staat los van de wanden en respecteert de oorspronkelijke ruimtelijke ervaring.'
Een langetermijnstrategie voor religieus erfgoed prijkt al twintig jaar op de agenda. Maar in de praktijk is er geen overkoepelende visie en stuurt de Vlaamse overheid niet aan op een actieve herbestemmingspolitiek.'
Vanuit het agentschap Onroerend Erfgoed begeleiden we, maar we geven misschien iets te weinig richting', zegt De Houwer. 'Zo is een systematische inventaris van leegstand niet voorhanden. Een Monumentenbeurs, een project van het agentschap R-O Vlaanderen en de Vlaamse Bouwmeester, komt er vooralsnog niet. Het moest zorgvuldig gescreende monumenten en privé-investeerders samenbrengen. Misschien kan een Jaar van het religieus erfgoed helpen. In Nederland was het in elk geval een succes. Er was een herbestemmingswedstrijd bij, in de nasleep ontstond ook het strategisch rapport Geloof in de toekomst.'
Dat rapport deelt het patrimonium op in categorieën, van waardevol tot minder waardevol. Wordt er geen passende herbestemming gevonden, dan luidt het advies: slopen. De Britse stad Manchester werkt meer vanuit een regionale context. Ze stelde een beleidsplan met bijhorende prioriteitenlijst op. Een actieve fondsenwerving moet potentiële investeerders aantrekken.
De bisdommen nemen een gematigde houding aan. Er kan blijkbaar wel wat, maar een algemene lijn is er niet. 'We werken liever geval per geval', zegt kanunnik Ludo Collin van het bisdom Gent.'
Kloosters kunnen in principe voor elk profaan gebruik vrijgegeven worden. We rekenen daarbij op de fijngevoeligheid van de opdrachtgevers. Maar alle religieuze gebouwen een culturele bestemming geven, is een illusie. We zullen de moed moeten opbrengen om minder waardevol erfgoed af te breken.'

Website : Agentschap Onroerend Erfgoed

FIC123.BE een website met info en cultuur.
Bron/Source : De Standaard - Cultuur