31-03-09

Luik opent een paleis vol kunst


Na jaren uitstel en getouwtrek is in Luik het gerenoveerde en uitgebreide Curtius Museum opengegaan. Het ontstond uit de samenvoeging van vier rijke stedelijke collecties, die samen de geschiedenis van de 'vurige stede' en haar kunst kopende burgers in beeld brengen.
Het complex van Le Grand Curtius bestaat uit vijf historische gebouwen, verbonden door hedendaagse toevoegingen. Het hart van het museum is het zeventiende-eeuwse stadspaleis van Jean de Cort, alias Curtius, een wapenhandelaar van Brabantse origine die schatrijk werd door buskruit te leveren aan de Spaanse koning Philips II.
Het optrekje van de wapenhandelaar, bekend als Palais Curtius, is een fraai bakstenen gebouw met kruisramen. De gevel staat vol 'mascarons', gebeeldhouwde versieringen met fantastische figuren, maskers, sirenen en symbolen. Binnen zie je nog de oorspronkelijke, schitterend gedecoreerde schoorstenen.
Het stadspaleis van Curtius onderging in de loop der eeuwen heel wat veranderingen. De restauratie knoopt zoveel mogelijk aan bij de originele architectuur. Het gebouw zal worden gebruikt voor wisselende tentoonstellingen. Voor de presentatie van de permanente collectie wandel je door naar de andere delen van het complex, waar onder meer een knappe achttiende-eeuwse herenwoning met luxueuze salons deel van uitmaakt.
De collectie omvat benijdenswaardige topstukken, maar is opvallend uiteenlopend. Ze weerspiegelt zowel de middeleeuwse bloei van de stad als de talrijke legaten en schenkingen waarmee rijke burgers het museum bedachten. Je ziet bijvoorbeeld een uitzonderlijke glascollectie, grote ensembles wapens, pendules en prehistorische voorwerpen, maar ook religieuze kunst en art-nouveaumeubelen.
De trots van het museum is de kapitale collectie middeleeuwse kunst. In een van de toonkasten ligt het Evangeliarium van Notger, een handschrift uit de tiende eeuw waarvan de band versierd is met email en met een uniek ivoren reliëf waarop de knielende bisschop Notger zelf is afgebeeld. Het museum bewaart ook kostbare sculpturen, waaronder de Sedes Sapientiae van Evegnée, een Mariabeeld uit de elfde eeuw.
Een zaal apart is gewijd aan Napoleon, die tweemaal in Luik verbleef en wel in het Hôtel de Bo-mal, een neoklassiek herenhuis dat nu tot het Curtius Museum behoort. Daar hangt een bijzonder mooi portret van Napoleon door Ingres. De keizer is vereeuwigd op het moment dat hij een decreet ondertekent om een verwoeste wijk van Luik weer op te bouwen. In de achtergrond schilderde Ingres de gotische kathedraal van Saint-Lambert, die na de Franse revolutie door de Luikenaars zelf werd afgebroken.
Omdat in Luik dit jaar het spectaculaire station van de Spaanse architect Santiago Calatrava officieel in gebruik wordt genomen, koos het Curtius Museum voor een openingstentoonstelling over treinen en stations. Het werk van Paul Delvaux, een schilder die in de provincie Luik geboren werd (in het dorpje Antheit), is op dat gebied een goudmijn.
De demain à Delvaux brengt een tachtigtal werken van de kunstenaar bijeen waarop treinen, trams en stations zijn weergegeven. Delvaux behandelde het thema telkens opnieuw en met een grote precisie. Hij schilderde treinen omdat ze hem aan zijn jeugd herinnerden, een tijd waarin de meeste mensen nog geen auto hadden en de trein het vervoermiddel bij uitstek was voor een uitstap.De tentoonstelling laat zien hoe Delvaux treinen en stations een poëtische betekenis gaf in de geheimzinnige wereld van antieke tempels, naakte vrouwen, skeletten en zwijgende figuren die zijn oeuvre bevolken. Er hangen zowel grote doeken als intieme tekeningen met aquarel en Chinese inkt. De meeste bruiklenen op deze charmante tentoonstelling komen uit particuliere collecties en uit de Paul Delvaux Stichting in Sint-Idesbald.

Website : Le Grand Curtius

Bron/Source :De Standaard - Cultuur